Aphis ruborum

Kleine bramenluis

Algemeen

De kleine bramenluis (Aphis ruborum) is wijdverspreid in heel Europa tot in Noord-Afrika en Centraal-Azië. Het is een plaag van braam en is ook te vinden op loganbes en zelden op aardbei.

Levenscyclus en uiterlijk van de kleine bramenluis

Bladluizen hebben een ingewikkelde levenscyclus, met zowel gevleugelde als ongevleugelde adulten. De bladluizen vertonen ook een grote verscheidenheid in kleuren. In kassen planten ze zich ongeslachtelijk voort, waarbij onbevruchte levendbarende vrouwtjes steeds nieuwe generaties met vrouwtjes voortbrengen. Bladluizen vervellen vier keer voordat ze het volwassen stadium bereiken. Elke keer blijft er een witte vervellingshuid achter die hun aanwezigheid in het gewas verraadt.

De kleine bramenluis heeft geen andere winterwaardplant. In het najaar verschijnen geslachtelijke vormen en worden eieren gelegd op braamstruiken om te overwinteren.

De vleugelloze vrouwtjes van de kleine bramenluis zijn 1,1-2,2 mm groot en meestal donkerblauwgroen in het voorjaar en lichtgeelgroen in de zomer. Vroeg in de zomer leven ze in dichte kolonies, meestal vergezeld door mieren. In de nazomer verschijnen kleine gevleugelde vormen, die vaak afzonderlijk aan de onderkant van het blad zitten. Deze gevleugelde bladluizen verspreiden zich naar andere braamstruiken.

De kleurverandering van het voorjaar naar de zomer lijkt verband te houden met de kleur van de bladeren en stengels van de waardplanten, maar dit gebeurt niet altijd. Soms zijn beide kleurvormen aanwezig in dezelfde kolonie.

Bestrijding van de kleine bramenluis