Skip to content
  • Ga naar:
  • Bladluizen
  • Soorten
  • Levenscyclus
  • Schadebeelden
  • Oplossingen
  • Nieuws

Biologische bestrijding van bladluizen

Bladluizen behoren tot de meest schadelijke plagen in bedekte en onbedekte teelten. Ze veroorzaken stress bij planten, verspreiden virussen en leiden tot opbrengstverlies. Effectieve bestrijding van bladluizen is essentieel voor het behoud van gezonde, productieve gewassen. Bij biologische bestrijding van bladluizen wordt gebruikgemaakt van een combinatie van natuurlijke vijanden die bladluizen op verschillende manieren aanvallen:

Deze nuttige insecten richten zich op bladluispopulaties en bieden gedurende het hele groeiseizoen voortdurende gewasbescherming. Met de biologische oplossingen van Koppert voor bladluizen kunnen professionele telers een consistent plaagbestrijdingsbeleid voeren en de kwaliteit, opbrengst en duurzaamheid van hun gewassen handhaven.

Biologische oplossingen voor Bladluis

Filters:
Alle filters verwijderen
Alles weergeven Minder tonen
gevonden producten:

Vragen of hulp nodig?

Neem contact met ons op
  • Gemakkelijk te gebruiken
  • Minimale weerstand
  • Geen chemische residuen
  • Geen intervallen vóór de oogst

Kom meer te weten over

Wat zijn bladluizen?

Bladluizen vormen een zeer omvangrijke groep insecten. Ze behoren tot de orde Hemiptera en vormen de superfamilie Aphidoidea. De hier besproken bladluizen behoren allemaal tot de familie Aphididae, een familie die veel schadelijke soorten bevat. De belangrijkste bladluizen die voorkomen in kasgewassen zijn:

  • Myzus persicae subsp. persicae (groene perzikluis) en Myzus persicae subsp. nicotianae (tabaksperzikluis), op diverse groente- en siergewassen.
  • Aphis gossypii (katoenluis), hoofdzakelijk op Cucurbitaceae, maar ook op chrysanten en paprika.
  • Macrosiphum euphorbiae (aardappeltopluis), hoofdzakelijk op Solanaceae en diverse sierteeltgewassen.
  • Aulacorthum solani (boterbloemluis), hoofdzakelijk op Solanaceae en diverse sierteeltgewassen, zoals begonia.

Levenscyclus van bladluis

Bladluizen hebben een ingewikkelde levenscyclus, met volwassen exemplaren van dezelfde soort die gevleugeld of ongevleugeld zijn, afhankelijk van de omstandigheden. Een volwassen bladluis zonder vleugels wordt apteer genoemd en een bladluis met vleugels alaat. Alaten hebben twee paar vleugels, waarvan het ene paar veel groter is dan het andere.

Gedurende een groot gedeelte van het seizoen bestaat een bladluizenpopulatie uit levendbarende vrouwtjes. Door de ongeslachtelijke voortplanting zijn alle nakomelingen genetisch identiek aan de moeder. Het zijn dus klonen. Hierdoor kunnen verschillende eigenschappen, zoals kleurvormen of resistenties tegen chemische middelen, naast elkaar blijven bestaan en treedt er geen vermenging op. De jonge bladluizen worden geboren als volledig ontwikkelde nimf en beginnen onmiddellijk met het opnemen van plantensap. Ze groeien snel en vervellen vier keer voordat ze volwassen worden. De opvallende, witte vervellingshuidjes die hierbij ontstaan, kunnen de aanwezigheid van bladluizen verraden.

Er zijn twee typen bladluissoorten: soorten die wel en soorten die niet in de winter van waardplant wisselen. Soorten die van waardplant wisselen, planten zich ongeslachtelijk voort op hun zomerwaardplant en verhuizen in het najaar vervolgens naar hun winterwaardplant, waarop ze zich geslachtelijk voortplanten en eieren leggen die overwinteren. De zomerwaardplanten zijn kruidachtige of houtige gewassen, terwijl de winterwaardplanten houtig en winterhard zijn. Ook de bladluizen die niet van waardplant wisselen, paren in het najaar en leggen eieren die daarna overwinteren. Wanneer er sprake is van paring en eileg, wordt de ontwikkeling holocyclisch (volledig) genoemd. In de kas wisselen bladluizen vaak niet van waardplant en leggen ze geen eieren. Dan planten ze zich ook in de winter ongeslachtelijk voort, waarbij onbevruchte levendbarende vrouwtjes nieuwe generaties met vrouwtjes voortbrengen. Dit wordt een anholocyclische (onvolledige) ontwikkeling genoemd. In sommige kasgewassen met zeer lage wintertemperaturen (bijv. aardbei) blijken bladluizen soms wel eieren te leggen.

Schade door bladluis

Bladluizen kunnen, afhankelijk van de soort, op verschillende manieren schade veroorzaken aan een gewas:

  • De nimfen en adulten onttrekken voedingsstoffen aan de plant en verstoren de groei hormonen balans . Hierdoor wordt de groei geremd en ontstaan er afwijkende bladeren of, wanneer de aantasting vroeg genoeg in het seizoen optreedt, kunnen jonge plantjes zelfs dood gaan. Door de groeiremming en het afvallen van aangetaste bladeren vermindert de opbrengst.
  • Plantensap is eiwitarm maar rijk aan suikers. Hierdoor moeten bladluizen veel sap opnemen om voldoende eiwitten binnen te krijgen. De overtollige suiker wordt door de bladluizen in de vorm van honingdauw weer uitgescheiden, waardoor het gewas en de vruchten kleverig worden. Hierop kunnen zwarte roetdauwschimmels (zoals Cladosporium spp. en Capnodium spp.) groeien die de vruchten of siergewassen vervuilen, waardoor deze onverkoopbaar worden. Tevens neemt de fotosynthese in de bladeren af, waardoor de productie daalt.
  • Het speeksel van de bladluis kan een heftige ‘allergische’ reactie in de plant teweegbrengen, bijvoorbeeld in de vorm van vergroeiingen.
  • Bladluizen kunnen pathogene organismen overbrengen, met name virussen. De verspreiding van deze virussen gebeurt hoofdzakelijk door de gevleugelde exemplaren. Op deze manier worden het aardappel-y-virus (PVY) in tomaat en het komkommermozaïekvirus (CMV) in komkommer door bladluizen overgebracht.

Video's over de bestrijding van bladluis

Bekijk de video of ga naar ons YouTube -kanaal om onze bestrijdingsproducten voor bladluis in actie te zien.

Hulp nodig?