Amphorophora rubi

Grote bramenluis

Algemeen

De grote bramenluis (Amphorophora rubi) lijkt sterk op de grote frambozenluis (Amphorophora idaei). Aangezien beide bladluissoorten waardplantspecifiek zijn, is de waardplant de eenvoudigste methode om deze twee soorten van elkaar te onderscheiden. De grote bramenluis is wijdverspreid in Europa en heeft zich ook gevestigd in Nieuw-Zeeland. Hij voedt zich alleen op geteelde en wilde bramen.

Levenscyclus en uiterlijk van de grote bramenluis.

Bladluizen hebben een ingewikkelde levenscyclus, met zowel gevleugelde als ongevleugelde adulten. De bladluizen vertonen ook een grote verscheidenheid in kleur. In kassen planten ze zich ongeslachtelijk voort, waarbij onbevruchte levendbarende vrouwtjes steeds nieuwe generaties met vrouwtjes voortbrengen. Bladluizen vervellen vier keer voordat ze het volwassen stadium bereiken. Elke keer blijft er een witte vervellingshuid achter die hun aanwezigheid in het gewas verraadt.

De vleugelloze vrouwtjes van de grote bramenluis zijn 2,6-4,1 mm groot, bleek- tot geelgroen met lange antennen, poten en sifonen. De cauda is kort en driehoekig.

De bladluizen overwinteren als eieren op braamstruiken. Na het uitkomen voeden de bladluizen zich voornamelijk aan de onderkant van de bladeren en beginnen ze zich ongeslachtelijk voort te planten. Ze zijn uitermate mobiel en laten zich van de plant vallen als ze gestoord worden. Gevleugelde bladluizen verschijnen meestal in juni en juli en trekken naar nieuwe stengels of waardplanten, waar ze weer vleugelloze bladluizen voortbrengen. Van oktober tot december verschijnen er weer gevleugelde bladluizen. Deze leggen de wintereieren.

Aanbevolen voor jou