bloemen in siergewassen , sla en kruiden veroorzaken ook cosmetische schade. Soms zijn er zoveel uitwerpselen dat de groei, met name van jonge stekken, erdoor
gerbera. Schadebeelden Directe schade door het zuigen van sap komt zelden voor. Soms ontstaan er grote populaties op aardappel of andere waardplanten, wat kan
aan de top, en op de stengel staan paarsbruine strepen. In tomaat ontstaan soms V-vormige plekken op het blad tussen de nerven. Bij aardappel is er sprake
bodem. Ze eten de hele winter door en verpoppen zich meestal rond april, maar soms duurt de ontwikkeling nog een jaar. De verpopping vindt plaats in een los
bloemen (vooral gevaarlijk in gewassen voor zaadproductie) en naar de kroon. Soms verschijnen er al plekken door de zwarte-plekkenziekte ( Alternaria radicina
de groei belemmerd en ontstaat er misvorming en/of vergeling van het blad, soms gevolgd door bladverlies. Het resultaat is verminderde fotosynthese en dus
bevinden. Een kenmerkend symptoom is vraatschade aan de bladranden, waarbij soms alleen bladskeletten achterblijven. Ook kunnen takken bedekt zijn met spinsel
in begonia en andere siergewassen , in aardappel, sla, boon, aubergine en soms op tomaat. Schadebeelden Als de boterbloemluis ( Aulacorthum solani ) in
aanvankelijk licht doorschijnend, maar worden steeds donkerder tot ze bruinzwart, soms zelfs paars van kleur zijn. Ze zijn geribbeld en hebben een lichte netvormige
sifonen, lange poten en een lange cauda. Meestal zijn de adulten groen, maar soms roze of rood (met name in tomaat), afhankelijk van de voedselbron. Zelfs