Gebruik voor intensieve monitoring meerdere vallen met een minimumafstand van 20 m tussen de vallen. Opmerking Hang de vallen nooit in het gewas, aangezien de
40 41 42 43 weken Controle Lage inzet: 1 Trisscolcus/m²/week Hoge inzet: 2 Trissolcus/m²/week Aanzienlijke vermindering van verstorende correcti
van haarden. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 10-50 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient ten minste twee keer te worden herhaald
waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 0,25-0,5 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient ten minste 3 keer met een tussenperiode
worden verwacht. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 1-6 per m²/uitzetting. Het uitzetten dient met een tussenperiode van een week te worden
aangepast. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 10-100 eieren per m 2 /toepassing. Het uitzetten dient preventief of in aangetaste plekken te gebeuren
hectare voor elke te signaleren soort mot Voor wolluis één val per 500-1000 m² Gecombineerd gebruik Voor gebruik in combinatie met soortspecifieke Pherodis
waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 0,25-25 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient ten minste 3 keer met een tussenperiode
waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 0,25-3 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient ten minste 3 keer met een tussenperiode
waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 0,5-10 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient een of twee keer te worden herhaald. Raadpleeg