worden verwacht. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 1-6 per m²/uitzetting. Het uitzetten dient met een tussenperiode van een week te worden
aangepast. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 10-100 eieren per m 2 /toepassing. Het uitzetten dient preventief of in aangetaste plekken te gebeuren
waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 0,5-10 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient een of twee keer te worden herhaald. Raadpleeg
hectare voor elke te signaleren soort mot Voor wolluis één val per 500-1000 m² Gecombineerd gebruik Voor gebruik in combinatie met soortspecifieke Pherodis
als de opbrengst. The Original Predatory Mite Products Anso-Mite Entomite-M Limonica Macro-Mite Montdo-Mite Montdo-Mite Plus Spical Spical Ulti-Mite S
waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 2-50 per m2/uitzetting. Het uitzetten dient een of twee keer met een tussenperiode van
waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 25-125 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient ten minste vijf keer met een tussenperiode
het gewas. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 0,25-4 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient ten minste 3 keer te worden herhaald. Raadpleeg
het gewas. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 0,25-4 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient een aantal keer te worden herhaald. Raadpleeg