waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 100-500 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten moet een of twee keer worden herhaald, of totdat
waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 0,25-25 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient ten minste 3 keer met een tussenperiode
plaaginsecten in het gewas worden waargenomen. Gebruik ten minste 4.000 zakjes per ha en hang ze steeds met evenveel tussenruimte in het gewas. Het uitzetten
worden waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 25-300 per m2/uitzetting. Het uitzetten dient indien nodig te worden herhaald. Raadpleeg
worden waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 50-250 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient een- of tweemaal te worden herhaald tot
worden waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 1-10 per m2/uitzetting. Het uitzetten dient met een tussenperiode van een week te worden
zich voordoen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 0,1-0,5 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient ten minste 3 keer met een tussenperiode