Chaetosiphon fragaefolii

Aardbeiknotshaarluis

Algemeen

De aardbeiknotshaarluis (Chaetosiphon fragaefolii) komt over de hele wereld voor en is de belangrijkste bladluizenplaag op aardbei. Hij veroorzaakt directe schade door het voeden en draagt virussen over.

Levenscyclus en uiterlijk van de aardbeiknotshaarluis

Bladluizen vervellen vier keer voordat ze het volwassen stadium bereiken. Elke keer blijft er een witte vervellingshuid achter die hun aanwezigheid in het gewas verraadt. De aardbeiknotshaarluis plant zich uitsluitend ongeslachtelijk voort, met onbevruchte levendbarende vrouwtjes die voortdurend nieuwe generaties vrouwtjes voortbrengen. De bladluizen overwinteren in ongeslachtelijke vorm. Er is geen geslachtelijk stadium en er worden geen eieren gelegd. 

Volwassen vleugelloze vrouwtjes van Chaetosiphon fragaefolii zijn doorschijnend geelwit tot lichtgroengeel en hebben rode ogen. Het lichaam is bezet met opvallende knotsvormige haren, vandaar de naam. Het zijn relatief kleine bladluizen van slechts 0,9-1,1 mm groot.  

Het vrouwtje voedt zich met name aan de onderkant van jonge bladeren. Buiten verschijnen in mei en juni gevleugelde bladluizen in het veld, die zich verspreiden naar andere planten en velden. Van oktober tot december verschijnen er weer gevleugelde bladluizen.

Bestrijding van de aardbeiknotshaarluis