Myzus ascalonicus

Sjalottenluis

Algemeen

De sjalottenluis (Myzus ascalonicus) is uitermate polyfaag. Hij voedt zich op gewassen zoals ui, sjalot, aardbei, sla, brassica's, aardappel en vele siergewassen. De sjalottenluis komt overal ter wereld voor en is wijdverbreid in Europa.

Levenscyclus en uiterlijk van de sjalottenluis

Bladluizen hebben een ingewikkelde levenscyclus, met zowel gevleugelde als ongevleugelde adulten. De bladluizen vertonen ook een grote verscheidenheid in kleur. In kassen planten ze zich ongeslachtelijk voort, waarbij onbevruchte levendbarende vrouwtjes steeds nieuwe generaties met vrouwtjes voortbrengen. Bladluizen vervellen vier keer voordat ze het volwassen stadium bereiken. Elke keer blijft er een witte vervellingshuid achter die hun aanwezigheid in het gewas verraadt.

De vleugelloze vrouwtjes van de sjalottenluis zijn 1,1-2,2 mm groot en glanzend bruingroen tot vuilgeel van kleur. Hun poten en antennen zijn bleek, met uitzondering van de uiteinden van de antennen en de tarsi. De sifonen zijn kort en gezwollen naar de top toe.

De sjalottenluis wisselt niet van waardplant om te overwinteren en zijn levenscyclus bevat geen geslachtelijk stadium. Deze bladluis legt geen eieren. Myzus ascalonicus is bestand tegen kou en overwintert op beschutte plaatsen en in kassen. Zelfs in de winter en het vroege voorjaar, wanneer het nog koud is, kan deze bladluis in aantal toenemen. Tot juni worden gevleugelde vormen voortgebracht, die zich verplaatsen naar andere gewassen.

Bestrijding van de sjalottenluis

Aanbevolen voor jou